Wat betreft geld en bezittingen is de Bijbel soms extreem, soms schokkend. Als we de Schrift lezen is dat om troost te zoeken, toch niet om kritiek te ontvangen? Laat God maar over liefde en genade spreken, dank je wel. Laten wij het over geld en bezittingen hebben – en er vervolgens mee doen wat we willen.
Als we eerlijk zijn, is dat wat velen van ons zouden zeggen.
Sommige gelovigen stellen elkaar moeilijke vragen: “Heb je tijd besteed aan het Woord? Heb je je geloof gedeeld? Bewaak je je seksuele reinheid?” Maar hoe vaak vragen we: “Win je de strijd tegen het materialisme?” Of: “Heb je naar die verleidelijke tijdschriften en websites gekeken? Je weet wel, die je tot hebzucht verleiden?”
Mensen zijn zelfs meer open over hun seksuele worstelingen dan over de strijd tegen het materialisme, wat misschien wel de ultieme uitdaging is. Sommige kerken praten wel over schulden afbetalen. Dat juich ik toe. Maar je kunt schuldenvrij zijn en toch gierig en hebzuchtig blijven. We hoeven geen slimmere materialisten te worden; we moeten ons bekeren van het materialisme en slimme rentmeesters worden.
Jezus ziet ons hart en kent ons goed. Hij roept niet alle discipelen op om alles weg te geven. Hij roept ons wel op tot radicale actie die onze gebondenheid aan geld en bezittingen verbreekt en ons bevrijdt om onder Zijn heerschappij te leven. Hij roept ons allemaal op om alle secundaire schatten te onttronen, zodat we Hem als onze belangrijkste schat kunnen verheffen. Als we iets of iemand meer waarderen dan Jezus, zijn we geen discipelen van Hem.
Wat we met ons geld doen, geeft niet alleen aan waar ons hart is. Volgens Jezus bepaalt het waar ons hart naartoe gaat. Als ons hart is waar onze schat is (Matteüs 6:19-21), dan volgt ons hart wanneer we onze schat ergens anders heen brengen. Dit is een opmerkelijke waarheid. Als ik mijn hart ergens wil hebben, moet ik mijn geld daarheen brengen.
Toen mensen Johannes de Doper vroegen wat ze moesten doen om de vrucht van bekering te dragen, zei hij dat ze hun kleding en voedsel met de armen moesten delen. Vervolgens gaf hij belastinginners de instructie om geen extra geld te innen en in eigen zak te steken. Ten slotte zei hij tegen de soldaten dat ze geen geld mochten afpersen en valse beschuldigingen uiten, en dat ze tevreden moesten zijn met hun loon (Lucas 3:7-14).
Niemand had Johannes naar geld en bezittingen gevraagd. Toch bleek uit zijn antwoorden dat Johannes niet over spirituele verandering kon praten, zonder in te gaan op hoe mensen omgaan met materiële zaken.
Als Johannes de Doper ons vandaag zou bezoeken, welke conclusies zou hij dan trekken over onze houding en gedrag ten opzichte van geld en bezittingen? Zou het bewijs hem ervan overtuigen dat we ware volgelingen van Jezus zijn? Of zou hij ons zien als gedoopte versies van de egocentrische materialisten van deze wereld?
Tricia Mayer, directeur bij Microsoft, schreef me: “Rentmeesterschap is het christelijke leven. Het gaat om wat we doen met alle middelen die ons zijn gegeven, elke dag dat we op aarde rondlopen en in elke relatie die we hebben. De moeilijke taak van rentmeesterschap is het opbrengen van de discipline en de wil om het probleemkind genaamd geld te beheersen.”
Een rentmeester wordt rijkdom of eigendom toevertrouwd dat niet van hem is. Het is zijn verantwoordelijkheid om die rijkdom te beheren in het belang en volgens de uitgesproken wensen van de eigenaar. God heeft ons leven, tijd, talenten, geld, bezittingen, familie en Zijn genade gegeven. In elk geval beoordeelt Hij wat we doen met wat Hij ons heeft toevertrouwd.
De rentmeester krijgt voldoende middelen en bevoegdheden van de eigenaar om zijn taken uit te voeren. Als het gaat om financieel rentmeesterschap, heeft God ons geen standaard checklist gegeven om af te vinken. In plaats daarvan heeft Hij ons Zijn Woord gegeven met principes voor effectief financieel rentmeesterschap – principes waar we mee moeten worstelen. Een verantwoordelijke rentmeester raadpleegt de Eigenaar en vraagt Hem om leiding. Dit vereist inzicht en wijsheid die ons eigen vermogen ver te boven gaan. De Bijbel zegt: “Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven” (Jakobus 1:5).
Verlang je werkelijk naar Gods wijsheid en kracht bij het nemen van moeilijke rentmeesterschapsbeslissingen (en het evalueren van je eigen hart)? Vraag het dan. Hij zal je niet in het ongewisse laten. Hij heeft je Zijn Woord en Geest gegeven om je te leiden.
- U moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven (Deuteronomium 8:18).
- De HEER maakt arm en Hij maakt rijk, vernedert diep en heft hoog op (1 Samuel 2:7).
- Roem en rijkdom zijn van U afkomstig, U heerst over alles (1 Kronieken 29:12).
Rentmeesterschap is leven in het licht van deze waarheden. Het is leven met het besef dat we beheerders zijn, geen eigenaars, van wat God ons voor deze korte periode heeft toevertrouwd. Hoe we omgaan met geld en bezittingen laat zien wie we werkelijk beschouwen als de ware eigenaar ervan: God of wij.
John Wesley stelde vier vragen om te helpen beslissen hoe we ons geld uitgeven. Merk op hoe de laatste drie rechtstreeks voortvloeien uit de eerste:
- Als ik dit geld uitgeef, handel ik alsof ik de eigenaar ben, of als beheerder van de Heer?
- Welke tekst uit de Bijbel vereist dat ik dit geld op deze manier uitgeef?
- Kan ik deze aankoop als offer aan de Heer aanbieden?
- Zal God mij voor deze uitgave belonen bij de opstanding van de rechtvaardigen?
Als we echt geloven dat God de eigenaar is van alles, zouden we Hem dan niet regelmatig moeten vragen: “Wat wilt U dat ik doe met uw geld en uw bezittingen?” En zouden we niet open moeten staan voor de mogelijkheid dat Hij misschien wil dat we een groot deel van zijn bezittingen delen met mensen die meer nodig hebben dan wij?
Ik sprak met een man die mijn boek over geven, The Treasure Principle, had gelezen. Hij heeft een winstgevend bedrijf en gelooft voor het eerst dat hij weet waarom God hem financieel heeft gezegend. Het is niet zodat hij in mooiere auto’s kan rijden en in een mooier huis kan wonen. Het is om het te geven om Gods koninkrijk op te bouwen. Ik vertelde hem over verschillende zendingsgroepen en pro-life projecten, en manieren om vervolgde christenen te helpen. Ik wou dat je de opwinding in zijn stem had kunnen horen toen hij wegliep, vastbesloten om meer aardse bezittingen te liquideren en zijn eeuwige beleggingsportefeuille drastisch uit te breiden!
Deze man heeft zijn voornemen uitgevoerd en heeft in de loop der jaren steeds meer gegeven. Hij is niet terughoudend en voelt zich niet schuldig. Hij is bevrijd van materiële gebondenheid en is dolblij dat hij zich heeft aangesloten bij wat echt belangrijk is! Hij is als de man die een kostbare schat vindt, verborgen in een akker: “In zijn vreugde verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker” (Matteüs 13:44). Hebben we medelijden met die man vanwege zijn offers? Nee! We benijden hem om zijn schat en zijn vreugde.
Als God tot je spreekt, luister dan. Niets is zo vluchtig als het moment van overtuiging. Stel gehoorzaamheid nooit uit. Als we eenmaal voor Zijn troon staan, is het te laat om terug te gaan en een leven vol verspilde kansen terug te vorderen. Als we in de ogen kijken van de Christus die we koesteren, zullen we precies weten hoe we hadden moeten leven. God heeft ons zijn Woord gegeven, zodat we niet hoeven te wachten tot we sterven om daar achter te komen. En Hij heeft ons Zijn Geest gegeven om ons in staat te stellen nu op die manier te leven.
What Is Eternity-Minded Stewardship?
Concerning money and possessions, the Bible is sometimes extreme, sometimes shocking. When we come to Scripture, it’s for comfort, not for assaults against our worldview, right? Let God talk about love and grace, thank you. Let us talk about money and possessions—then do with them whatever we please.
Were we honest, that’s what many of us would say.
Some believers ask each other tough questions: “Have you been spending time in the Word? Sharing your faith? Guarding your sexual purity?” Yet how often do we ask, "Are you winning the battle against materialism?” Or, "Have you been peeking at those tempting magazines and websites? You know, the ones that entice you to greed?”
People are more open even about their sexual struggles than about battling materialism, which may be the final frontier. Some churches do talk about getting out of debt. I applaud that. But you can be debt free and still be stingy and greedy. We don’t need to become smarter materialists; we need to repent of materialism and become smart stewards.
Jesus sees our hearts and knows us well. He doesn’t call all disciples to give away everything. He does call us to take radical action that breaks our bondage to money and possessions, freeing us to live under His lordship. He calls all of us to dethrone all secondary treasures in order to elevate Him as our primary treasure. If we value anything or anyone more than we value Jesus, we are not His disciples.
What we do with our money doesn’t simply indicate where our heart is. According to Jesus, it determines where our heart goes. If our heart is where our treasure is (Matthew 6:19-21), then when we move our treasure somewhere else, our heart follows. This is a remarkable truth. If I want my heart somewhere, I need to put my money there.
When people asked John the Baptist what they should do to bear the fruit of repentance, he told them to share their clothes and food with the poor. Then he instructed tax collectors not to collect and pocket extra money. Finally, he told soldiers not to extort money and accuse falsely, and to be content with their wages (Luke 3:7-14).
No one had asked John about money and possessions. Yet his answers showed that John couldn’t talk about spiritual change without addressing how people handle material things.
If John the Baptist were to visit us today, what conclusions would he draw about our attitudes and actions toward money and possessions? Would the evidence convince him we are true followers of Jesus? Or would he see us as baptized versions of the world’s self-preoccupied materialists?
Microsoft executive Tricia Mayer wrote me, “Stewardship is the Christian life. It is about what we do with every resource given to us, every day we walk the earth, and every relationship we have. The difficult task of stewardship is mustering the discipline and will to manage the problem child called money.”
A steward is entrusted with wealth or property that does not belong to him. It’s his responsibility to manage that wealth in the best interests of, and according to the stated wishes of, the owner. God has given us life, time, talents, money, possessions, family, and His grace. In each case He evaluates what we do with what He’s entrusted to us.
The steward is granted by the owner sufficient resources and the authority to carry out his designated responsibilities. When it comes to financial stewardship, God hasn’t handed us a standardized checklist to mark off. Rather, He has provided us His Word with principles for effective financial stewardship—principles we have to wrestle with. A responsible steward consults the Owner, seeking His direction. This requires insight and wisdom far beyond our own. Scripture says, “If any of you lacks wisdom, he should ask God, who gives generously to all without finding fault” (James 1:5).
Do you truly desire God’s wisdom and empowerment in making difficult stewardship decisions (and evaluating your own heart)? Then ask. He won’t leave you in the dark. He has given you His Word and His Spirit to guide you.
- And you shall remember the LORD your God, for it is He who gives you power to get wealth (Deuteronomy 8:18).
- The LORD makes poor and makes rich; He brings low and lifts up (1 Samuel 2:7).
- Both riches and honor come from You, and You reign over all (I Chronicles 29:12).
Stewardship is living in the light of these truths. It’s living with the awareness that we are managers, not owners, of what God has entrusted to us for this brief season. How we handle money and possessions demonstrates who we really believe is their true owner—God or us.
John Wesley offered four questions to help decide how to spend money. Notice how the last three flow directly out of the first one:
- In spending this money, am I acting as if I owned it, or am I acting as the Lord’s trustee?
- What Scripture requires me to spend this money in this way?
- Can I offer up this purchase as a sacrifice to the Lord?
- Will God reward me for this expenditure at the resurrection of the just?
If we really believe God is the owner of everything, shouldn’t we regularly be asking Him, “What do you want me to do with your money and your possessions?” And shouldn’t we be open to the possibility that He may want us to share large portions of His assets with those whose needs are greater than ours?
I spoke with a man who’d read The Treasure Principle, my book on giving. He owns a profitable business and believes for the first time that he knows why God has blessed him financially. It’s not so he can drive nicer cars and live in a nicer house. It’s to give it to build God’s kingdom. I told him about several different missions groups and prolife projects, and ways to help persecuted Christians. I wish you could have heard the excitement in his voice as he walked away determined to liquidate more earthly assets and dramatically expand his eternal investment portfolio!
This man followed through, and has given more and more over the years. He isn’t reluctant and guilt-ridden. He’s been liberated from material bondage, and is thrilled to have gotten onboard with what matters! He’s like the man who finds priceless treasure hidden in the field, “Then in his joy he goes and sells all that he has and buys that field” (Matthew 13:44). Do we pity the man for his sacrifices? No! We envy him both for his treasure and his joy.
If God is speaking to you, listen. Nothing’s more fleeting than the moment of conviction. Never procrastinate obedience. Once we stand before His throne, it will be too late to go back and reclaim a lifetime of squandered opportunities. Gazing into the eyes of the Christ we treasure, we’ll know exactly how we should have lived. God has given us His Word so we don’t have to wait to die to find out. And He’s given us His Spirit to empower us to live that way now.